Zaterdag 19 mei 2012. Wim en Joost hebben geen goede nachtrust gehad, dankzij de jongelui. Ze hadden het anders gehoopt, omdat ze vandaag in Sarajevo aan willen komen. Dat is een afstand van ruim 100 kilometer. Het is alsof de kok dat wist, hij brengt ze namelijk twee grote omeletten met knapperig vers gebakken brood.
Eenmaal op de fiets maken ze ze een lange, snelle afdaling, die ook nog bitter koud blijkt te zijn. Wat verlangen ze naar hun winterhandschoenen! Die zitten echter onderin de tas. Na de afdaling wordt de kou weer snel verdreven door een pittige lange beklimming van 9%.
Tussen de middag moeten de broers altijd improviseren om ergens te kunnen zitten en een boterham te eten. Vandaag doen ze dat in een kraakpand, in gezelschap van twee zwerfhonden. Vijftien kilometer voor Sarajevo, net op het moment dat Wim en Joost hun dorst staan te lessen, worden ze verrast door Dirk en Carla. Zij volgen vanaf de Kroatische kust deels dezelfde route als de broers.
Dirk is door zijn werkgever voor een aantal jaren gestationeerd in Sarajevo samen met Carla, zijn vrouw. Totdat ze terug komen woont Wim zolang in hun huis en verzorgt hij onder andere twee katten, twee ganzen, een toom kippen, een kraaiende haan en twee tuinen. Behendig loodsen Dirk en Carla de broers (alsof het hun dagelijks werk is) naar hun fraaie woning met een schitterend uitzicht over de stad.
De fietsen gaan voor twee dagen in de garage en de broers mogen een mooie kamer uitzoeken.
Nadat Wim en Joost zich opgefrist hebben, gaan ze met z’n vieren lekker eten en drinken in de stad.
Nadat ze terug zijn gekeerd uit de stad, kijken ze nog naar de finale van de Champions League. De pittige fietsdag en het afzakkertje eisen hun tol. De oogjes van de broers vallen, ondanks de spannende finale, regelmatig dicht. Snel zoeken ze hun bed op, want morgen wordt het een drukke dag.